Daarnet liep ik naar de metro. ’s Ochtends is er altijd veel meer volk in tegenrichting omdat in mijn buurt veel kantoren zijn en weinig woningen. Daarom is het vaak tegen een menigte dat je moet oplopen.
Vandaag liep voor mij een gepensioneerde. Hij droeg een regenjak en een oude jeans. De panden van het regenjasje had hij als een hemd in zijn jeans gestopt. Zijn jeans had hij opgetrokken tot hoog boven zijn bekken, zodat je beide helften van zijn kont op en neer zag wippen terwijl hij snelwandelde door de ochtendlijke massa pendelaars.
Hij hield zijn beide ellebogen wijd uitgespreid, om de weg voor zichzelf vrij te maken en ondertussen iedereen die in zijn weg liep een lelijke elleboogstoot te geven.
Dat viel me op bij deze oude man. De verhulde aggressie. Het leek wel of hij al zijn woede tegenover de wereld, zijn verbitterdheid stak in die elleboogstoten, omdat hij tot meer kwaad niet in staat was.
Ik zag hem in gedachten beschaamd en serviel mompelen in andere situaties, waar hij zijn rechten echt moest verdedigen. De voorbijgangers leken dit te begrijpen, want niemand gaf hem een stoot terug of uitte zijn ongenoegen. Ze lieten hem gewoon zijn weg gaan.



Gemaakt door de uitgever van het tijdschrift 